Effectiviteit van ‘Guided Exposure’ – een retrospectief dossieronderzoek ROM onderzoek

Onderzoeker(s): Mr. dr. B.B. Sizoo, hoofd Centrum Ontwikkelingsstoornissen, Dimence, Drs. I. Geujen, psycholoog Centrum Ontwikkelingsstoornissen, Dimence
In kader van: Centrum Ontwikkelingsstoornissen
Duur: 2014 – 2015
Status: Afgerond
Informatie: Bram Sizoo, b.sizoo@dimence.nl

Abstract

Aanleiding: ‘Guided exposure’ is een behandelmethode die aan alle patiënten van de orthopsychiatrische woonvoorziening (OPW) wordt aangeboden. Met deze methode wordt de zelfredzaamheid van jongvolwassenen met ASS vergroot door vanuit een veilig basisprogramma leersituaties uit te lokken in een steeds grotere omgeving. Deze blootstelling aan de omgeving kan worden gezien als een exposure in vivo (dat wil zeggen: onderdompeling in de maatschappij) met dien verstande dat er voortdurend wordt gekeken naar wat het juiste moment is voor een specifieke exposure, met en zonder de patiënt. In die periodieke driemaandelijkse evaluaties (dagelijks in het behandelteam) wordt in het multidisciplinair voortgangsoverleg aan de hand van vragenlijsten vastgesteld welk mogelijk effect de nieuwe ervaringen hebben op het functioneren. Aan de hand daarvan wordt het beleid weer aangepast. In die zin is de blootstelling gecontroleerd (guided). De klinische indruk bestaat dat patiënten met een comorbide verslaving onvoldoende profiteren van deze methode.

Onderzoeksvragen

1. Wat is het effect op de zelfredzaamheid bij patiënten die bij de ortho-psychiatrische woonvorm opgenomen zijn geweest in de periode tot 2013 en behandeld zijn volgens de methode ‘Guided Exposure’?

2. Welke verbeteringen kunnen aan de hand van de analyse worden voorgesteld ten aanzien van de methode zelf, de wijze van uitvoering en de registratie?

Hypotheses: H0: de behandeling volgens de methode ‘Guided Exposure’ op de OPW heeft een gunstig effect op de zelfredzaamheid van jongvolwassenen met een autisme spectrum stoornis die klinisch behandeld zijn op de OPW, behalve als er
sprake is van comorbide verslavingsproblematiek.

Opzet: Retrospectief dossier onderzoek. Volgens de decursus als narrative en periodieke behandelevaluaties wordt door een onafhankelijke externe onderzoeker de mate van zelfredzaamheid op drie domeinen bepaald (persoonlijk, huishoudelijk,
maatschappelijk en psychisch).

Deelnemers: Dossiers van 51 patiënten die opgenomen zijn (geweest) in de periode tot 2013 worden geanalyseerd. Er zijn twee vaste meetmomenten: de beginperiode (3 maanden rond de opnamedatum) en de eindperiode (3 maanden rond de
ontslagdatum). Daarnaast worden periodieke evaluatiemomenten in het multidisciplinair team beschouwd als meetmoment.

Meetinstrumenten: De meetschaal zelfredzaamheid.

Variabelen en statistiek: Er wordt gecontroleerd voor opnameduur, geslacht en leeftijd De vier afhankelijke variabelen zijn de zelfredzaamheidstotaalscore en de subscores voor de domeinen persoonlijk, huishoudelijk, maatschappelijk en
psychisch functioneren. Er wordt door middel van repeated measures analyse gekeken naar het effect van de behandeling over tijd op de niveaus van zelfredzaamheid, met en zonder comorbide verslaving.