Kenmerken van autisme

Beperkingen in het contact en de communicatie met andere mensen

Het contact tussen iemand met autisme en anderen verloopt vaak stroef en voelt voor mensen met autisme vaak niet als natuurlijk en soepel. Er kan sprake zijn van wederzijds onbegrip, tenzij de andere partij heel vertrouwd is. Mensen met ASS hebben moeite om intuïtief af te stemmen op anderen en om de communicatie van anderen goed in te schatten. De manier waarop mensen met autisme zelf taal gebruiken kan op anderen formeel of vreemd overkomen. Sommige mensen met ASS spreken niet of nauwelijks. Ook kan hun non-verbale communicatie (gebaren, lichaamshouding en mimiek) anders of minder zijn.

Beperkingen in het verbeeldingsvermogen

Mensen met autisme kunnen moeite hebben om zich een juiste voorstelling te maken van iets wat niet aanwezig is en van wat gaat komen of is gebeurd. Ze hebben dan bijvoorbeeld steeds plaatjes of teksten nodig om zich iets voor de geest te kunnen halen. Zich ergens op voorbereiden of iets verwerken kan dan moeilijk zijn.

Beperkte belangstelling, interesse en activiteiten

Vaak worden mensen met autisme slechts geboeid door een beperkt aantal voorwerpen, activiteiten of gedachten. Dit kan zich uiten in steeds herhalende rituelen of het geheel opgaan in één interessegebied.

Over-en ondergevoeligheid voor zintuiglijke prikkels

Mensen met autisme zijn vaak overgevoelig voor bepaalde zintuiglijke prikkels (bijvoorbeeld bepaalde geuren, licht, geluid) terwijl ze soms juist weer minder gevoelig kunnen zijn voor andere zintuiglijke prikkels (bijvoorbeeld bepaalde lichamelijke prikkels zoals honger en dorst). Ook kunnen ze een fascinatie hebben voor zintuiglijke aspecten van de omgeving zoals hoe dingen voelen, bepaalde kleuren of bewegingen.

Niet iedereen met autisme heeft last van alle kenmerken en elke persoon met autisme heeft een uniek ‘autismeprofiel’, wat overigens wel kan veranderen in de tijd.

Prevalentie (Hoe veel komt het voor)

Op basis van internationaal prevalentie-onderzoek wordt ervan uitgegaan dat ongeveer 1% van de volwassenen autisme heeft. Autisme wordt vaker gediagnosticeerd bij mannen dan bij vrouwen. Daarbij moet opgemerkt worden dat kenmerken van autisme bij vrouwen soms minder goed herkend worden dan bij mannen. (Ref. zorgstandaard)